© 2019 by Natuurpunt Boortmeerbeek

Bijzondere soorten

Het zal je misschien verbazen maar Boortmeerbeek heeft qua natuur nog heel wat te bieden. Landschappelijk zijn de natuurgebieden zeker de moeite waard, maar er zijn ook nog enkele soorten te vinden die elders in Vlaanderen nauwelijks te vinden zijn.

​De Pimpernel, de vlinder en de mier

 

Complexe wisselwerking

Het pimpernelblauwtje is zeer kieskeurig bij het leggen van haar eitjes en doet dit enkel en alleen in de bloemstengel van de grote pimpernel. Na het uitkomen, doen de rupsen zich gedurende enkele weken tegoed aan de sappige bloemdelen van de grote pimpernel. Daarna laat de rups zich op de grond vallen.

 

Snood plan

Vanaf dan ligt haar lot in de pootjes van de moerassteekmier. Het is immers de bedoeling om in het mierennest te overwinteren. Om hierin te slagen zonder opgevreten te worden door mieren heeft de rups van het Pimpernelblauwtje een snood plan in petto. Van zodra de rups wordt meegenomen door een mier scheidt ze een (mier?)zoete vloeistof af. Mieren zijn hierop verzot en laten de rups met rust, in ruil voor de zoetigheid.

 

Nieuwe vlinder

In het nest zal de rups zich voeden met de eitjes en de larven van de moerassteekmier en nadien het lege nest gebruiken als overwinteringsplaats. De moerassteekmier, die er meer dan één nest op nahoudt, is zo verlekkerd op de zoete vloeistof van de rups dat ze bereid is om er één van haar nesten voor op te offeren.

 

Na de winter verpopt de rups tot een nieuwe vlinder. Als vlinder, zal het pimpernelblauwtje zich ondermeer voeden me de nectar uit de bloemen van de grote pimpernel en hierbij ook de grote pimpernel helpen met het verspreiden van haar stuifmeel naar andere soortgenoten. Om de cyclus rond te maken, zal ze opnieuw haar eitjes leggen in de bloemstengel van de grote pimpernel.

 

Bosvogelmelk

In het Boortmeerbeeks Broek werd op een tweetal locaties de uiterst zeldzame Bosvogelmelk aangetroffen. De verspreiding van Bosvogelmelk (Ornithogalum pyrenaicum L.) in ons land beperkt zich voornamelijk tot Wallonië. De standplaatsen bevinden zich in bossen en/of struwelen met milde humus, op kalkrijke bodems of op colluvia. Niettegenstaande kan ze talrijk op deze groeiplaatsen voorkomen. In Vlaanderen beperkt de verspreiding zich tot twee vindplaatsen die sterk afwijken van deze in Wallonië.


In het natuurgebied Boortmeerbeeks Broek werd de soort teruggevonden zowel in een essen-eikenbos als in een matig voedselrijk elzenbroek, telkens groeiend tussen de bramen op meer open plekken. De aanwezigheid van een (kalkrijk) alluvium op vochtig klei- of zandleembodem is een mogelijke verklaring voor de standplaatsgeschiktheid. Natuurlijke begrazing door Ree snoeit enerzijds de planten maar zorgt waarschijnlijk voor de verbreiding. Het voorkomen van deze zeer zeldzame verschijning zal het toekomstig beheer van de bossen mee vormgeven. Qua beheer zal het creëren van meer open plekken Bosvogelmelk ten goede komen, en mits enige bijsturing gaat ze een goede toekomst tegemoet in de Beneden Dijlevallei.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now