© 2019 by Natuurpunt Boortmeerbeek

Hagen, heggen of houtkanten:

de beste perceelbegrenzers

 

Je herkent het wel. Je hebt net een huis gebouwd of gerenoveerd en de tuin moet zo nodig worden afgebakend. Je zal hoogstwaarschijnlijk dan wel gedacht hebben aan een hek van hout, staaldraad of betonplaten en klaar is kees.

 

Weet dat deze constructies een onineembare barrière zijn voor zoogdieren en amfibieën als je geen doorgang voorziet. Deze 'dode' constructies bieden ook geen voedsel en geen schuilplek voor vogels en nuttige insecten. En laat het nu net egels of kikkers zijn die slakken en andere plagen helpen indijken in je tuin. M.a.w. de biodiversiteit in je tuin wordt belemmerd met de traditionele afsluitingen. Tip: Wil je deze toch plaatsen, zet dan zeker de draad 15cm boven de grond of maak in betonplaten openingen van 15x15cm zodat kleinere dieren zoals egels en amfibieëen er doorheen kunnen.

 

Zijn er andere oplossingen? Wel nu, behaag je tuin!

 

Een groene afsluiting is hét beste alternatief en de ideale perceelbegrenzer. Ze zijn een pak goedkoper in aankoop dan de traditionele 'grijze  afsluitingen' en bieden een uitstekende windbescherming. Als je echt bang bent van dieven en onbevoegden wil buiten houden, dan is een gemengde haag met inheemse doornstruiken (meidoorn, vuurdoorn, sleedoorn,..) uiterst effectief.

 

Een groene afsluiting bestaat ideaal uit volgend twee elementen:

 

1) Inheems plantgoed

Een streekeigen haag en/of heg is hét beste alternatief! De keuze voor inheemse streekeigen planten is bewust en biedt de volgende voordelen tegenover uitheemse planten:

 

  • Ze zijn dikwijls een pak goedkoper

  • Ze hebben meestal een snellere groei

  • Ze bieden een langere levensduur

  • Ze zijn beter bestand tegen de grillen van ons klimaat. Lees: winterhard

  • Ze zijn beter bestand tegen allerlei streekgebonden ziekten en plagen

 

2) Gemengd plantgoed

Een gemengde haag biedt méér kansen. Een hoger aantal diersoorten zullen kansen krijgen in een gemengde haag omdat de bloesems van elke plantsoort op een ander tijdstip in bloei zullen staan en dus meer voedsel aanreiken aan bestuivers. Daarnaast zal het grafisch spel van kale takken in de winter, de bloesems en het prille groen in de lente, de weelde van het zomerse, de subtiele kleurenpracht en de vruchten in de herfst veel mooier zijn in een gemengde haag dan een monotone aanplant. Je heg zal ook robuuster kunnen omgaan met ziekten en plagen. Wil je een haag met of zonder doornen, een haag om zelf van te smullen…. of hou je de vruchten liever voor de vogels, die keuze is aan jou. Naast de natuurwaarde en wat er kan in jouw tuin is er natuurlijk ook nog het esthetische aspect. Ben je meer voor een haag met één soort die altijd groen is, dan kan dat ook inheems.

 

Aanplant

Haag of heg: deze bestaat normaal uit een rij struiken. Reken vier planten per meter voor een haag, drie voor een heg. Je plaatst best ook altijd drie tot vier planten van dezelfde soort bij elkaar.

 

Houtkant: meestal wordt er bij een houtkant gewerkt met twee tot drie rijen. De afstand tussen twee rijen bedraagt 1 meter. Ook de afstand tussen twee planten in de rij bedraagt 1 meter. Na verloop van tijd zal dit een dichte houtkant worden, een dunning is aanbevolen na een paar jaar.

 

Welke planten

Elke regio heeft zijn streekeigen soorten. Tik hier je adres in en ontdek welke bomen en struiken typisch zijn voor jouw leefomgeving.

 

Onderhoud

Voor het onderhoud heb je verschillende opties voorhanden. Gaande van een glad geschoren heg dat weinig plaats inneemt tot onderhoudsvrije houtkanten die wel wat ruimte vragen. 

 

Hagen: Om een dichte haag te bekomen is het belangrijk dat de zijknoppen snel uitgroeien tot zijwaartse takjes. Dit effect bereiken we door vlak na de aanplanting de toppen van de takken en twijgen met de snoeischaar af te knippen. Dat mag zelfs fors gebeuren,  bijvoorbeeld tot in de helft van de twijgen. Hierdoor zal de plant beter vertakken en sneller groeien. De daaropvolgende winter kun je deze snoei nog eens herhalen. Ook het plantgoed licht schuin inplanten zal twijggroei extra stimuleren. Vanaf het tweede of derde jaar krijgen de struiken een eerste vormsnoeibeurt. De onderzijde moet steeds breder blijven dan de bovenzijde. Deze trapeziumvorm verzekert de onderste takken van voldoende licht. De geschoren haag zal twee tot drie keer per jaar geschoren worden. Een eerste keer eind mei, begin juni, een tweede keer in september en eventueel nogmaals in oktober. Indien je er niet te veel tijd wil aan besteden, kun je je beperken tot één snoeibeurt in juni of juli. 

 

Heggen: Heggen die mogen uitgroeien, of waarvan je wenst dat ze rijkelijk bloemen en bessen dragen, moet je natuurlijk minder scheren. Hoe meer je snoeit, hoe minder bloemen en bessen de struik immers zal dragen. Je kunt je dan beperken tot het in de winter terugsnoeien of wegzagen van de sterkst groeiende takken. Je kan het geheel ook gewoon om de twee jaar een flinke snoeibeurt geven. Té snel groeiende soorten moeten wél geregeld selectief worden ingesnoeid. Uiteindelijk moet je zelf een evenwicht zoeken tussen het uitzicht dat je wil, en het werk dat je er aan wil besteden. 

 

Snoeihoogte voor hagen en heggen: De hoogte van de haag is vooral afhankelijk van haar functie. Een gewone omheiningshaag wordt meestal 1 m hoog gesnoeid. Als de haag ook afscherming en beschutting moet bieden, wordt ze meestal op manshoogte gesnoeid. Bedenk wel dat hoe hoger de haag is, hoe moeilijker de snoeikarwei wordt. Een geschoren haag wordt meestal op 0,5 tot 1 meter breedte geknipt. De bloesem- en bessenheg kan, naargelang het snoeiritme 1 à 2 meter breed worden. Voorts kan een haag of heg met zijn wortels de naastgroeiende gewassen benadelen. Dit is op te lossen door jaarlijks, in juni met een scherpe spade langs de haagrand de wortels door te steken. Je kan je tuin ook zo indelen dat langs de haag of heg een paadje ligt.

 

Houtkanten: De eerste twee jaar na het planten beperkt het onderhoud zich tot het vrijhouden van de spilletjes of struikjes. Een goede mulchlaag van bijvoorbeeld gehakseld hout kan dit werk grotendeels opknappen. Na twee jaar wordt de beplanting kort afgeknipt of afgezaagd, tot op ongeveer 15 cm boven de grond. Dit is winterwerk, wanneer de struiken bladerloos zijn. Uit de overblijvende slapende knoppen van het resterende stammetje lopen in de lente nieuwe scheuten uit. Deze scheuten mogen enkele jaren ongestoord hun gang gaan. Vervolgens worden ze in de winter opnieuw aan hun basis afgezaagd, met weer nieuwe scheuten in de lente als gevolg. Uiteindelijk ontstaat zo een bovengrondse stubbe of stoof. Het is aan te bevelen om een volwassen houtkant om de 5 à 10 jaar af te zetten. Als de houtkant lang genoeg is kan men het werk strooksgewijze over verschillende jaren spreiden. Dit vermijdt kaalslag, wat af te raden is voor de fauna en flora (en bovendien verandert het uitzicht zo minder drastisch). Je kunt er ook voor kiezen enkele bomen in de houtkant steeds te laten doorgroeien.

 

Bronnen: RLD

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now